Resultaten online bevraging homo lesbi bi over homofobie in Belgie.





Geweld tegenover holebi's - een online survey over ervaringen met holebi geweld in Vlaanderen en de nasleep ervan.
Homofoob geweld in cijfers - Resultaten van de online bevraging in Vlaanderen

Negen op de tien holebi's is ooit in aanraking gekomen met verbaal of psychisch geweld, drie op de tien met fysiek geweld en een op vijf met materieel geweld. De gevolgen voor het slachtoffer zijn een slechtere zelfwaardering, een meer negatieve mentale gezondheid en meer zelfmoordgedachten.

Dit blijkt uit de grootschalige online bevraging die binnen het kader van het Steunpunt Gelijke kansen beleid werd verricht door de vakgroep Sociologie van UGent.

De cijfers over homofoob geweld in Vlaanderen omvatten een heel breed spectrum aan ervaringen, gaande van ongepaste nieuwsgierigheid tot een wurgings- of verstikkingspoging meemaken. Globaal genomen zijn negen op tien van de deelnemers ooit in aanraking gekomen met een of meerdere vormen van homofoob geweld. Het gaat om een niet-representatieve steekproef, dus de cijfers moeten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden en kunnen niet zomaar veralgemeend kunnen worden naar alle holebi's in Vlaanderen.

Aan de hand van bevraging van de slachtoffers werd een daderprofiel opgesteld. In 40% van alle ergste incidenten ging het om een dader die alleen handelde. In meer dan de helft van de gevallen werd men dus geconfronteerd met twee of meer daders. Deze daders waren overwegend mannen. Zowel wanneer het ging over verbaal geweld, fysiek geweld, materieel geweld, als over seksueel geweld, kende men voornamelijk een Belgische achtergrond toe aan de daders.

In de helft van alle gerapporteerde incidenten zijn dader en slachtoffer bekenden voor elkaar. Voor verbaal en seksueel geweld zijn de daders vaker bekenden dan voor wat fysiek en materieel geweld betreft; dader en slachtoffer zijn dan vaker onbekenden van elkaar.

Deze bekende daders zijn het vaakst medestudenten, kennissen of vrienden. Dit sluit aan bij de bevinding dat homofoob geweld zich vaak voordoet in de context van de schoolomgeving. Dergelijke ervaringen met homofoob geweld hebben een impact op het mentale welbevinden van de slachtoffers. Degenen die ooit in aanraking gekomen zijn met homofoob geweld, rapporteren een slechtere zelfwaardering, een meer negatieve mentale gezondheid, en meer zelfmoordgedachten dan degenen die nooit in aanraking gekomen zijn met geweld. Bovendien voelen zij zich significant vaker onveilig op straat of in andere openbare ruimten.

Daarbij komt dat bijna 15% van de deelnemende holebi's aangaf niemand op de hoogte gebracht te hebben van het hetgeen hem of haar overkomen was. Deze personen zijn niet geneigd om anderen op de hoogte te brengen omdat zij het incident te onbelangrijk vinden om te vertellen, omdat zij vrezen dat de situatie nog erger zou worden, of omdat men bijkomende vernedering wenst te vermijden.

Toch blijkt dat degenen die minstens een persoon uit hun sociale netwerk inlichten, ook een betere mentale gezondheid en een betere zelfwaardering rapporteren.

De context van homofoob geweld - Een etnografische case-study in het centrum van Brussel

Het Steunpunt Gelijke kansen beleid, Universiteiten Antwerpen en Gent, voerden een onderzoek naar de context van homofoob geweld in de publieke ruimte. Door participerende observatie en interviews in en rondom de Brusselse holebi-buurt, brengen zij in kaart welke sociale interacties en betekenisgeving de context vormen van homofoob geweld. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar de rol van gender als belangrijk element in de constructie van homofoob geweld.

Tijdens de looptijd van het terreinonderzoek, van januari tot november 2013, namen 111 participanten deel: 32 vrouwen en 79 mannen. Elke deelnemer was betrokken bij het onderzoeksterrein als inwoner, bezoeker of om professionele redenen. Zestig participanten waren slachtoffer geweest van een of meerdere vormen van homofoob geweld in de publieke ruimte.

Non-conforme genderexpressies zijn een belangrijke aanleiding voor homofoob geweld. De interpretatie van genderexpressies heeft niet enkel te maken met zichtbare kenmerken die seksuele oriëntatie en gepercipieerde mannelijkheid en vrouwelijkheid aanduiden, maar ook met etniciteit, geschatte leeftijd en veronderstelde socio-economische status. Daders interpreteren deze kenmerken als verwijzingen naar homoseksualiteit of een bepaald soort holebi.

Zo kan een verzorgde kledingstijl bij mannen op zich al leiden tot homofoob geweld; treft lesbofoob geweld dat voortkomt uit heteroseksuele fantasieën met betrekking tot lesbische seksualiteit voornamelijk jonge lesbische vrouwen en is materieel geweld dat volgt op seksuele avances dikwijls gericht op oudere homomannen doordat daders bij hen een verlangen naar jonge of exotische jonge mannen veronderstellen.

Binnen het holebi-milieu in de Brusselse holebi-buurt zelf, is homofoob geweld voornamelijk een reactie op gender expressies die niet beantwoorden aan het blanke mannelijke werkende middenklasse imago van de homoseksuele meerderheid in de buurt.

Zowel aan lesbische vrouwen als aan homomannen van etnisch-culturele minderheden wordt soms de toegang tot gay-clubs ontzegd als zij niet in het gezelschap zijn van blanke homovrienden. Jonge homomannen van etnisch-culturele minderheden vermelden seksuele intimidatie op basis van etniciteit door blanke, oudere homomannen.

Een vergelijking van de context van de 167 concrete geweldervaringen van participanten, bracht boeiende verschillen aan het licht. Zo bleek de inschatting van het risico op homofoob geweld op verschillende plaatsen in het stadscentrum weinig overeenkomst te vertonen met de plaatsen waar concrete geweldervaringen hadden plaatsgevonden.

Participanten omschrijven homofobie-veilige ruimtes als plaatsen waar meer blanken, vrouwen en politie in het straatbeeld aanwezig zijn. In het centrum van Brussel betreft het winkelzones die een kapitaalkrachtig publiek aantrekken en toeristische zones. De holebi-buurt wordt als de meest homofobie-veilige buurt gezien omdat holebi's er in de meerderheid zijn en omdat er een politiecommissariaat in de wijk gelegen is. Homofoob geweld dat participanten meemaakten in het centrum van Brussel kwam echter het vaakst voor in en rondom gay-bars of -clubs en dit zowel binnen als buiten de holebi-buurt. De meeste gevallen van fysiek homofoob geweld vonden plaats in de toeristische zones buiten de holebi-buurt. Op de Anspachlaan, die op de grens tussen de homobuurt en de volksbuurt Anneessens als gevaarlijkste zone gezien wordt, vonden net minder homofobe incidenten plaats dan in en rondom gay-bars of clubs.

Terwijl de aanwezigheid van politie een belangrijke rol speelt in het veiligheidsgevoel van de meeste participanten, werd het contact met de politie bij concrete incidenten van homofoob geweld meestal als negatief ervaren.

Ook het mentaal daderprofiel van participanten verschilde sterk met het beeld dat naar voor kwam uit concrete gevallen. Potentiële daders zijn volgens participanten vooral heteroseksuele of niet ge-outte jonge mannen in groep, met een meestal Marokkaanse immigratie-achtergrond en een lage socio-economische status. Participanten halen voor homofoob geweld door blanke mannen vaker persoonsgebonden verklaringen en omstandigheden aan zoals de gemoedstoestand, psychische problemen of middelengebruik van de dader. Homofoob geweld door mannen van zichtbare etnisch-culturele minderheden percipiëren ze meestal als een structureel probleem. In dat laatste geval leggen ze vaak het verband met groepskenmerken van etnische minderheden of met kenmerken die te maken hebben met sociale klasse.

Uit concrete gevallen van homofoob geweld dat participanten meemaakten, kwam een ander beeld naar voor. Daders van homofoob geweld tegen participanten waren inderdaad voornamelijk mannen, maar de etniciteit, seksuele oriëntatie, leeftijd en het aantal daders verschilde naargelang de vorm van geweld en naargelang de etniciteit en het geslacht van het slachtoffer.

Bij verbaal en psychisch geweld tegen homomannen van (zichtbare) etnisch-culturele minderheden en tegen lesbische vrouwen waren daders bijvoorbeeld voornamelijk blanke mannen. Enkel fysiek geweld werd vaker door daders in groep gepleegd dan door daders alleen.

Een vergelijking van het verloop van de verschillende homofobe agressies die participanten zelf meegemaakt hadden, toont dat reacties van slachtoffers geen duidelijke invloed hebben op het verloop van het incident. Participanten dachten nochtans dat een goede reactie de escalatie van geweld net wel zou kunnen tegengaan.

De tussenkomst van derden of het inroepen van de hulp van derden leidde meestal tot een beëindiging van het conflict. Actieve tussenkomst van derden is vaak zelfs niet nodig omdat hun aanwezigheid alleen al daders afschrikt. In de praktijk komen onbekende derden echter bijna nooit tussen.

LINKS
- Downloads naar volledige publicaties in twee delen - Deel 1 => KLIK HIER en Deel 2 => KLIK HIER
- Link naar artikels op de website van Gelijke Kansen => KLIK HIER



Bron: email aan holebi.info van Lies D'haese Univ Gent & steunpunt gelijkekansen 2014

Dit bericht is gepost op 15 May, 2014 en 2911 keer gelezen.



Reageer op dit bericht: